Afbeelding
Frans Tol

De geschiedenis van een historisch pand

lokaal

HAARLEMMERMEER Correspondent Frans Tol van het Witte Weekblad brengt verrassingsbezoeken aan dorpen, wijken, bedrijven of instanties in Haarlemmermeer. Daarbij neemt hij wat historie mee, praat met een aantal betrokkenen en benoemt opvallende kenmerken.

Het was mijn bedoeling deze week aandacht te besteden aan Kaageiland. Dat behoort wel niet tot de gemeente Haarlemmermeer maar tot Kaag & Braassem. Maar vanuit Kaag & Braassem kun je er alleen met de boot komen, en vanuit Haarlemmermeer kan dat met het pontje. Dat pontje (- oversteek heen en weer te voet 1 euro en met de auto 4 euro 50 -) is echt nodig want je moet er vaak in de rij om te mogen oversteken. En daarna is rijden op het eiland met nu en dan zeer smalle doorgangen een avontuur van geven en nemen. Natuurlijk eigenlijk niet berekend op autoverkeer maar op vervoer te paard.

Op Kaageiland kun je een heerlijke duik in de geschiedenis nemen: er staan volop oude panden die als cultureel erfgoed beschouwd moeten worden. Een rustig eiland is het al lang niet meer. Bij scheepsbouwer van Lent worden chique boten tot 100 meter gebouwd, en de waterrecreatie zorgt voor drukte in de restaurants en andere horecaondernemingen. Zo is daar het vermaarde restaurant Tante Kee, dat voorheen onder andere kruidenierszaak en pannenkoekenrestaurant was. Nu zijn het gedreven uitbaters die zich geschaard hebben bij de Jeunes Restaurateurs d'Europe. Maar wie er uit eten wil gaan heeft volop keus tussen bijvoorbeeld 't Kompas, De Twee Wilgen, Charrels aan de Haven en het Italiaans restaurant Quattro. Eigenlijk is het te bescheiden dat Kaageiland maar vijf rijksmonumenten telt en drie gemeentelijke monumenten. De meeste daarvan zijn in de Julianalaan te vinden op de nummers 11, 13, 16, 20, 29 en 52. Maar er is ook nog de poldermolen De Kager die circa 1683 gebouwd moet zijn. En als een eiland dat voor zichzelf moest opkomen was er veel lokale bedrijvigheid zoals de zeilmakerij en 'de oude bakkerij'.

[DE OUDE SCHOOL] Ik was dus van plan een mooi totaalbeeld van dit historische eiland te maken, maar als ik een foto sta te maken van De Oude School, kom ik in gesprek met de bewoners van dit pand. Blijkt dat het pand niet meer het eigenlijke pand is, maar zoals dat heet een replica. "De school is helemaal tegen de grond geweest en, volgens ons, verantwoord opgebouwd. Dat gebeurde in anderhalf jaar tussen 1997 en 1998. Er zaten bijvoorbeeld houten vloeren in. Nu zijn dat oude tegelvloeren die wij in België gekocht hebben."

Jacqueline en Gerard Nouwens laten direct een stapel historische boeken zien over het eiland en de school. Ook een document uit 1847 met ingekomen stukken bij het gemeentebestuur van Alkemade met de navolgende tekst: "Ik, ondergetekende Olfert Sopjes, onderwijzer in de Kaag, binnen Alkemade Cum Annexis, ter eener, en wij mede ondergetekenden: Jan Willem Schuilenburg Roelofss, Johannes Cornelis Vuisting en Jan Bonda, in betrekking van Burgemeester en Assesoren der Gemeente Alkemade cum annexis, ter andere zijde, verklaren met de anderen te zijn overeengekomen."

Dan volgt een tekst waaruit blijkt dat de onderwijzer voor eigen rekening een nieuw Schoollokaal wil bouwen ten dienste van voornoemde gemeente en de ingezetenen van voornoemd dorp De Kaag. Ook werd daarin afgesproken dat meester Sopjes het schoollokaal vanaf 1 januari 1848 aan de gemeente zou verhuren voor een jaarlijks te genieten bedrag van vijf en zeventig guldens. Uit de boeken komt bovendien naar voren dat er op het eeuwenoude eiland in 1619 een Jeugdonderwijzer was die Pieter Roelntsz heette en dat deze in 1622 vervangen werd door Machiel de Krekel. Maar vooral aan Olfert Sopjes, en zijn later opvolger Frans Johannes de Groot uit Marken, heeft het eiland heel veel te danken. Sopjes kwam uit Wormerveer en belandde in 1815 op het eiland. Hij trouwde er met Hendrika van Loo uit Warmond. Zij kregen er vijf kinderen.

[SCHOOLLOKAAL] Het is niet bekend waar Sopjes in zijn beginjaren les gaf. Wel dat hij in 1829 in een perceel Julianalaan 32 woonde. Het moet wel zo geweest zijn dat het lokaal waarin hij toen les gaf in verval raakte, maar dat het nog tot 1847 duurde om een vergunning voor nieuwbouw te krijgen. Volgens overlevering was het ook aan Sopjes te danken dat De Kaag in 1850 weer een hulpprediker kreeg. Maar ook die hulpprediker zal het qua onderkomen moeilijk gehad hebben. Want pas in 1873 is het huidige kerkje gebouwd, dat nu op de plek staat waar daarvoor een kapel stond die toegewijd was aan Maria Magdalena en viel onder de R-K parochie van Sassenheim. Maar terug naar De Oude School. Die beschikte over maar één leslokaal en een speelplaatsje.

Het echtpaar Nouwens benadrukt echter dat het speelplaatsje nooit gebruikt is voor het beoogde doel: "Sopjes had dat speelplaatsje ingericht als groentetuin en de kinderen speelden gewoon op straat voor de deur. Dat kon gemakkelijk want er was behalve nu en dan een passerende paardenkar in die tijd gewoon geen verkeer." De opvolger van Sopjes was Gerrit Johannes Diepenhorst. Die kwam aanvankelijk in 1865 in dienst van bakker Glenzer, trouwde er met Joosje van Lokhorst en woonde in het perceel Julianalaan 17. Diepenhorst bleef niet lang: hij werd al in 1877 opgevolgd door de eerder genoemde Frans Johannes de Groot. Deze de Groot trouwde met de Kaagse Jacoba Langendam en ging in de leegstaande pastorie wonen. Sopjes was 48 jaar de schoolmeester van De Kaag, de Groot 39 jaar. Sopjes ging op 70-jarige leeftijd met pensioen, de Groot deed dat op 69-jarige leeftijd. De school heeft natuurlijk nooit meer dan 30 leerlingen gekend.

[GEMENGD] Bijzonder was dat het een gemengde school was in meerdere betekenissen: dus niet alleen met meisjes en jongens door elkaar, maar ook met katholieken en protestanten door elkaar. Zoals het beschreven staat: "Met zwarte kousen en witte boezelaars. De kudden waren nog niet gescheiden." Daar kwam echter in 1931 een einde aan. Toen werden 'de katholieke knaapjes en maagdekens naar een school aan de Beekbrug gestuurd." In 1915 ging de nieuwe school open en werd De Oude School in De Kaag verkocht aan J.C. Zwetsloot. Vanaf 1915 werd er dus geen les meer gegeven in De Oude School. Vermoedelijk heeft Sopjes zelf ook altijd in de school gewoond, want in 1863 staat hij in het bevolkingsregister ingeschreven op de plaats van de school.

De gemeente wilde de school toen opheffen omdat er niet meer dan aan 22 kinderen les gegeven werd. Toch heeft de toenmalige gemeente Alkemade de school voor 550 gulden gekocht en werd er nog steeds les gegeven. Het was dus mijn bedoeling het hele eiland te beschrijven, maar ben ik door het betrokken echtpaar Nouwens blijven steken bij dat ene bijzondere pand. Maar bij het binnenkomen op het eiland en bij het verlaten ervan is het onmogelijk strak voor je uit te blijven kijken. Er is gewoon teveel bijzonders te zien. Het eiland wordt wel vooral bewoond aan één kant. Wie verder kijkt ziet een groen centrum waar de koeien voor de kaasmakerij grazen en waar ook nu en dan witte reigers te spotten zijn.

Afbeelding
advertentie