Voor het eerst in lange tijd kon er weer in de raadzaal worden vergaderd. Door het coronavirus was dat bijna drie maanden niet gebeurd. De politici waren het digitaal vergaderen meer dan beu. Daarom was de stemming vrolijk doordat er eindelijk weer in levende lijve kon worden gediscussieerd.

De Rekenkamer concludeerde enkele maanden geleden in een onderzoeksrapport dat de samenwerking tussen gemeente en dorps- en wijkraden op sommige punten beter kan. Bijna 20 van de 29 dorps- en wijkraden deden aan het onderzoek mee. Ze gaven onder meer aan dat hun rol vaak onduidelijk is en dat simpele zaken in de leefomgeving door de gemeente niet altijd worden teruggekoppeld naar dorp of wijk.

Tijdens het raadsdebat kwam de vraag aan de orde of dorps- en wijkraden nog wel van deze tijd zijn. Met andere woorden: kunnen we niet zonder? Directeur Maarten Askamp van Maatvast, de organisatie die dorps- en wijkcentra exploiteert, gooide vorig jaar de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat hij zich grote zorgen maakte over de kwaliteit van dorps- en wijkcentra.

VVD-raadslid Pieter-Jan de Baat kwam terug op die pittige uitspraken. Hij vroeg naar het oordeel van wethouder Marjolein Steffens-van de Water. Die vond het 'een lastige'. Ze zei dat veel dorps- en wijkraden het moeilijk hebben. Dat geldt met name voor hun representativiteit.

Waar een dorpsraad een verlengstuk zou moeten zijn van dorpsbewoners, zijn het vaak hardwerkende en betrokken bewoners-op-leeftijd die graag actief willen blijven. Maar of dat nou een goede afspiegeling is van een dorp is zeer de vraag. Veel fracties geloofden van niet.

Niettemin worden de dorps- en wijkvertegenwoordigers nog altijd raadsbreed omarmd, zo bleek tijdens de discussie. Ook wethouder Steffens noemde de dorps- en wijkraden een 'groot cadeau'

Frits Verhagen